ProjectenVISTIS-project: Ontwerpgids geïntegreerde leef- en woonautomatiseringmet steun van IWT-Vlaanderenpartners: In-HAM vzw, VEI, BCDI en NAV
Algemene problematiek en noden Ondanks een gestage groei van de zogenaamde “domotica-markt” en de inburgering van technologie in het woongebeuren, blijft domotica een technologie die tot op heden nog steeds voor veel controverse zorgt. Niet enkel bij de eindgebruikers (bouwheer) of expert (architect) maar ook bij de installateur (integrator) is de spraakverwarring over de term domotica soms groot. De reden van deze verwarring ligt vaak bij een gebrekkige definitie van het woord domotica. Het woord domotica dekt al lang de lading niet meer waardoor het begrip “geïntegreerde leef- en woonautomatisering” wellicht dichter in de buurt van een meer omvattende definitie komt. Nochtans is een geïntegreerde woonautomatisering het imago van gadget al lang ontgroeid en draagt het bij tot het substantieel verhogen van het comfort, flexibiliteit, veiligheid en rationeel energieverbruik van onze dagelijkse woonomgeving. Met het oog op de toenemende vergrijzing, biedt het tevens een volwaardig alternatief om zorgbehoeftige mensen langer in hun vertrouwde omgeving te laten wonen. Maar al te vaak moet men vaststellen dat bij de vertaling van het behoeftepatroon van de eindgebruiker té weinig aandacht wordt besteed aan de werkelijke noden waardoor de technische installatie van domoticatechnologie onvoldoende aan de verwachtingen voldoet. Daarom is het van groot belang, dat bij de aanvang van iedere realisatie alle partijen worden samengebracht (professionele bouwheer, architect & installateur) om ondubbelzinnig de behoeften en de toekomstvastheid in kaart te brengen. De sterkte van deze technologie ligt juist in die flexibiliteit en het op maat maken van het eindproduct naar de wensen van de klant. Tijdens het proces van definiëren van het behoeftepatroon van de eindgebruiker zijn een aantal technische richtlijnen en adviezen m.b.t. ontwerp van primordiaal belang. Dit TIS-project beoogt dan ook deze in kaart te brengen en duidelijk te beschrijven om zodoende als leidraad te kunnen dienen bij het bepalen en invullen van het uiteindelijke behoeftepatroon. De richtlijnen zullen zich niet enkel beperken tot een opsomming van een aantal “weetjes” waarop dient gelet te worden bij de keuze en de implementatie van een geïntegreerde woonautomatisering. De aandacht gaat eveneens uit naar hoe alle betrokken partijen hun rol kunnen spelen in het stap voor stap invullen van die gebruikersbehoeften. Het is duidelijk dat elke partner in dit proces een aantal zaken niet uit het oog mag verliezen. De eindgebruiker zal keuzes moeten maken in het bepalen van zijn behoeftes (comfort, veiligheid, energiebesparing en uitbreidbaarheid van het systeem). Een voorname rol is weggelegd voor de integrator (installateur) die als een onafhankelijke partner dient te worden aangesteld. De integrator dient als bemiddelaar te fungeren tussen enerzijds de eindgebruiker en anderzijds de andere partners betrokken in het realisatieproces (architect, aannemers, fabrikanten). Het is dan ook van belang dat de architect goed op de hoogte is van de vereisten die automatisering met zich zal meebrengen. Deze kennis zal nuttig zijn bij het uitwerken van het bouwconcept. Naast de klassieke richtlijnen en adviezen van ondermeer materiaalkeuze, functionaliteiten, normering, garanties, premies,… wil het TIS-project voor elk van de betrokkene een “best practice case”-handleiding aanreiken die bij het nauwgezet volgen ervan, de slaagkans tot een succesvolle integratie van de geïntegreerde woonautomatisering aanzienlijk verhoogt. DoelgroepHet project richt zich tot de bouwprofessionelen, de zorgsector en de KMO bedrijven actief op de markt van geïntegreerde woonautomatisering. De groep van de bouwprofessionelen is zeer omvangrijk vandaar dat wij ons voornamelijk zullen toespitsen op de professionele bouwheer, de architect en de installateur. Voor de zorgsector zullen we ons voornamelijk richten tot de zorgprofessioneel maar daarbij niet uit het oog verliezend de rol van de zorgbehoevende/eindgebruiker. Verwachte resultaten en impact bij de bedrijvenHet spreekt voor zich dat bij de opstelling van deze gids nauw overleg met alle actoren actief in de betrokken sectoren dient te worden gepleegd. Ter concretisering van dit nauw overleg zal aanvankelijk grotendeels aandacht worden besteed aan de organisatie van actieve werkgroepen en workshops. Via de werkgroepen willen we de geschikte partijen rond tafel brengen om zo de echte knelpunten en noden binnen de verschillende doelgroepen te detecteren. Deze worden vervolgens voorgelegd aan een bredere doelgroep via workshops. Na het zorgvuldig detecteren van de knelpunten en noden wordt het neerschrijven van de ontwerpgids beoogd waarbij we de klemtoon zullen leggen op disseminatie van deze gids bij de bouwprofessionelen, de Vlaamse domotica KMO’s en fabrikanten en in de zorgsector. Hiervoor zullen we een drieluik folder publiceren die de voornaamste zaken van de gids samenvat en die verwijst naar de interactieve website. Seminaries zullen ook voor de nodige verspreiding zorgen. Het initiëren van innovatietrajecten bij de doelgroepbedrijven die leiden tot productinnovatie of verantwoorde productmodificatie behoren eveneens tot de doelstellingen van deze gids. Naast productinnovatie kan deze gids eveneens bijdragen tot diensteninnovatie waarbij de ontwerpgids de architect zal aansporen om het klassieke lastenboek te optimaliseren. Wij beogen tevens de begeleiding van KMO-bedrijven bij het indienen van dossiers bij het IWT/EU. Deze gids zal leiden tot een efficiëntere integratie van leef- en woonautomatisering in de thuiszorg (assistentiewoningen, service flats, ….), in de woningbouw, etc. De ontwerpgids zal niet enkel de economische positie van de Vlaamse KMO’s versterken maar zal ook nieuwe kennis door vorming en opleiding in deze KMO’s brengen. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||

