Projecten
Voltooide Projecten :
- VIS-TIS project (IWT-Vlaanderen) 2002-2003
- Project Vlaams fonds 2003-2004
- MATS 2001-2004 E.U.
- PACKAGE 2003 E.U.
- VIS-TIS project (IWT-Vlaanderen) 2004-2008, samenwerkingsverband WTCB - NAV - In-HAM.
- VIS–TIS project 2005 – 2009 (TIS Zorgdomotica)
- AMIE-ITEA project, Ambient Intelligence for the Elderly (met steun van IWT-Vlaanderen)
- Dubbelproject dementie en technologie in de thuiszorg (met steun van het Vlaams ministerie van Welzijn), 2006-2007
- Vlaamse K.M.O.- innovatiestudie en –project “Freedom of Movement”, (met steun van IWT-Vlaanderen)
- Ontwikkeling van een model voor de evaluatie van de toegankelijkheid, brandveiligheid en evacuatie voor personen met beperking in de Horeca, een collectief onderzoek (met steun van IWT Vlaanderen)
- SBO-voortraject Zelflerende Interfaces in de ZOrg, ZIZO
- Project Wetenschappelijk onderzoek i.s.m. het KHBO
- Projectinhoud Vlaams netwerk Toegankelijk Bouwen, VNTB_I
- VISTIS -project Ontwerpgids geïntegreerde
leef- en woonautomatisering
- E.U.project (7KP, projecttype IP), CompanionAble
- ACCIO
- LEYLAB, IWT- Proeftuinproject
- Vlaams Netwerk Toegankelijk Bouwen II, verlenging van VNTB I
|
Lopende Projecten :
|
Dubbelproject dementie en technologie in de thuiszorg (met steun van het Vlaams ministerie van Welzijn), 2006-2007
Periode: 2006-2007
Doel:
• Opmaak van een gedetailleerde database van alle beschikbare assistieve technologie ten behoeve van personen met beginnende dementie.
• Inventarisatie van de initiatieven in de UK en Nederland m.b.t. de implementatie van assistieve technologie in de woonomgevingen van personen met beginnende dementie.
Beschrijving:
Deel één van het project liep in samenwerking met het Kortrijkse expertisecentrum voor dementie "Sophia".
Op 9 november 2006 werden de resultaten naar voor gebracht op de Vlaamse projectendag in het Vlaams parlement. Meteen heeft de minister gevraagd om een vervolg op alle projecten in te dienen.
Conclusie van het eerste onderzoek:
De mismatch tussen de vraag en het aanbod was bijzonder duidelijk.
Ondanks het enorm uitgebreide aanbod van hulpmiddelen (acht verschillende produktsoorten) voor de doelgroep personen met (beginnende) dementie, zijn de zorgsector en de omgeving van de betrokkene nauwelijks op de hoogte van het (1) bestaan en (2) de voor-/nadelen van dergelijke technologie.
Gestelde vragen: is technologie binnen deze toch wel complexe problematiek hier wel op zijn plaats? Tot "wanneer" (i.c. fase/stadium van dementie) kan technologie ondersteunend zijn? Is het huidige, zeer ruime technologisch aanbod geschikt bevonden?
Door de fabrikanten wordt, bij de voorstelling van hun aanbod, vaak het woord ‘oplossing' gebruikt hoewel intussen gebleken is dat het absoluut niet evident en bewezen is dat technologie een uitstel naar een residentiële opvang kan effectief kan vermijden.
Een vervolg op dit project zou kunnen bestaan uit het doordacht selecteren van een aantal aanbieders van technische systemen en deze voorleggen aan/ laten uitproberen door de eindgebruiker en de mantelzorger/ naaste omgeving. Dit kan gebeuren thuis, tijdens infosessies of geïmplementeerd worden in één van de woonlabo's van In-HAM.
Een interessant voorbeeld is de RFID-technologie (radio frequency identification, identificatie met radiogolven met behulp van RFID-tags) die in kledij kan worden aangebracht).
Deel twee van het project omvatte een literatuurstudie over de voorbeelden van goede praktijk in Vlaanderen en daarbuiten, aangevuld met diverse contacten in Vlaanderen/buitenland en de rapportage van overlegmomenten in Vlaanderen en in het buitenland.
Het ging om de aanzet van de studie van het marktaanbod en de studie van de gebruikerservaring. Samengevat blijkt dat het gebruik van OT in de thuissituatie van personen met beginnende dementie in Vlaanderen nog niet aan de orde is en dit wegens meerdere redenen: enerzijds blijkt de markt nog niet rijp te zijn en anderzijds blijkt de OT nog niet voldoende performant te zijn.
De UK is dé bakermat op vlak van de implementatie van OT in de woonomgeving van beginnende dementerenden. Nederland volgt vlug door het opzetten van meerdere pilots.
Enkele conclusies en aanbevelingen:
- Technologie blijkt voor de doelgroep alsnog een meerwaarde te hebben.
- Essentieel: het vinden van de optimale combinatie van assistentie via technologie en m.b.v. mantelzorg.
- Opzetten van een kosten-batenanalyse.
- Exclusief toepassen van het "demand-driven"model.
- Lanceren van een toegankelijke en informatieve website (cfr. vb UK).
- Het creëren van een centraal kennisbestand via het centraal "steunpunt dementie".